Foto: RHOBBY

Kantoorsmurf

  Column

Het kabinet maakte eerder deze week bekend dat het pakket maatregelen om het coronavirus in te dammen van kracht blijft tot 28 april. Mijn eigen werkgever besloot eerder al het pand te sluiten tot maar liefst 1 juni. En het is nog maar de vraag wanneer de scholen weer opengaan. Oftewel: thuiswerken, mét kinderen. Ideaal? Niet altijd, maar er zijn voordelen: ik hoef bijvoorbeeld niet meer voor dag en dauw op om de trein te pakken. Ook is het fijn dat we geen treuzelende kinderen hoeven te heuen omdat ze op tijd naar de voorschoolse opvang moeten. Even geen ‘Trek je jas nou eens aahaaan!’ en ‘Jemig, heb je je schoenen nou nog niet aan? Wil je op je sokken naar buiten?’ Aan het einde van de dag geen gestress om doodvermoeide en kinderen van de naschoolse opvang mee te slepen naar huis. Tot nu toe was het ook erg mooi weer. Aangezien wij het geluk hebben dat we een redelijke tuin hebben, hebben de kinderen veel buiten kunnen spelen. Er is bijna geen tegel meer over waar de kinderen nog hun stoepkrijtcreaties op kwijt kunnen.

Toen mijn werkgever besloot het pand dicht te gooien, werkte bijna iedereen al thuis, maar toch: 1 juni is nog een flink eind weg. Dat betekent nog een kleine tien weken thuiswerken. Ik had me eerst ingesteld op een maandje, maar nog tien weken? De muren van mijn werkkamer kwamen rap op me af. Daar komt nog bij dat ik dus twee kleine kinderen heb. Niet goed voor de concentratie. En ook al bedoelen ze het wel goed, het is best lastig als ze mijn werkkamer binnen komen banjeren om even een beetje te kletsen. Nog zo’n afleiding: als ze elkaar in de haren vliegen elders in het huis, en ik erop af moet om de strijdende partijen uit elkaar te halen. Komt niet zo heel veel voor, maar met een peuter en een kleuter in huis ontkom je er niet aan. Het is lastig als ik nét in een telefoongesprek zit met een collega of mijn baas. Aangezien iedereen in hetzelfde schuitje zit (ook mijn manager moest haar peuter op schoot nemen tijdens een overleg deze week), doet niemand er moeilijk over. Maar laten we wel wezen: ik ben gewoon een duffe kantoorsmurf met een niet-vitaal beroep. Niet dat ik volstrekt zinloos werk doe, maar mijn thuiswerkongemak stelt natuurlijk geen drol voor. In de weekendbijlage van de krant stond zaterdag een heel verhaal over thuiswerken, en misschien dat het, als de coronacrisis voorbij is, wel het nieuwe normaal zou worden. Maar ook dat het allemaal heus geen lolletje is voor de werknemer. Nee, klopt, het is inderdaad niet altijd makkelijk, je werk doen als je thuis zit met jengelende kinderen. Maar ik hoef geen twaalfuursdiensten te draaien op een intensive care. Doodzieke coronapatiënten te verzorgen. Hun naasten bellen dat het niet goed gaat, wetende dat ze hun zieke geliefde niet kunnen bezoeken vanwege het besmettingsgevaar. Stad en land afzoeken naar een partij mondkapjes of beademingsapparatuur. En deze loonslaaf heeft makkelijk praten, want mijn werkgever is geen café, restaurant, of winkel. Dus ach, nog een paar weken thuiswerken, het is gedoe, maar ook niet meer dan dat.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden