Foto:

Brandharen

  Column

Vorig jaar liep ik tijdens een recreatief potje tennis een nare blessure op. Tijdens een niet zo’n flitsende actie aan het net kwam de tennisbal midden op mijn oog terecht. Letterlijk: de bal raakte niet mijn oogkas, maar kwam recht op de pupil. Bij een bezoek aan de spoedeisende hulp bleek mijn oogbal gekneusd en vond de arts een flinke wond midden op mijn netvlies. U kunt zich voorstellen dat het ook geen wonderen deed voor mijn gezichtsvermogen. Nu was ik altijd gezegend met goede ogen en uitstekend zicht, dus ik voelde mij ineens behoorlijk beperkt. De arts verzekerde mij dat het wel goed zou komen en inderdaad, na anderhalve week was alles weer goed.

Naast het visuele ongemak was er ook pijn: een flinke kras op het netvlies blijkt behoorlijk zeer te doen, al was de ergste pijn gelukkig na een paar dagen over. Ik word de laatste tijd regelmatig herinnerd aan deze oogpijn door de eikenprocessierups. U heeft ongetwijfeld meegekregen dat het beestje dit jaar in grote getalen rondkruipt, een plaag van welhaast Bijbelse proporties. De eikenprocessierups heeft zogenoemde brandharen, en die brandharen kunnen voor allerlei akelige klachten zorgen. Zo is het de afgelopen maanden erg druk geweest in oogziekenhuizen met patiënten die het slachtoffer zijn geworden van de rups en zijn brandharen.

Zo’n haartje is dan wel een stuk kleiner dan een tennisbal, oogcontact kunt u maar beter vermijden. Zo las ik dat brandharen minuscule weerhaakjes hebben, zodat ze lekker stevig vast kunnen zetten op uw oogbal. Ik krijg er helemaal de bibbers van als ik er aan denk. In uw ogen wrijven helpt ook niet, want dan wordt het alleen maar erger. Dat het intussen een plaag is van Bijbelse proporties, is niet overdreven. Zo ging vorige week al een heus Kennisplatform Processierups van start. Partijen in de Tweede Kamer hebben de verantwoordelijke natuurminister op het matje geroepen en willen dat de rijksoverheid zich ermee gaat bemoeien. En u weet: zodra er Kamervragen over worden gesteld, hebben we niet te maken met een probleem maar met een Probleem. Ook in Rijswijk voelt de eikenprocessierups zich thuis. Wie bijvoorbeeld langs de Generaal Spoorlaan fietst, ziet om veel van de bomen een lintje hangen, om aan te geven dat de rups zich er gevestigd heeft.

De eerder genoemde Kamerleden vinden dat gemeenten niet voldoende doen om de rups te bestrijden maar dan hebben ze buiten onze eigen gemeente gerekend. De gemeente Rijswijk kondigde vorige week namelijk aan dat ze een gespecialiseerd bedrijf heeft ingeschakeld om de rupsen te bestrijden. Ook zet de gemeente de grenzen wagenwijd open voor koolmezen, die wel een hapje rups lusten. Goed bezig! We kunnen wel lacherig doen over de overlast van een rupsje (beetje in de categorie ‘bladeren op het spoor’), maar eerlijk is eerlijk, een bosje brandharen op de oogbol, dat gun je natuurlijk niemand.

Meer berichten